Hoofdstuk 1

1.4 Afstand tot niet-betrokken personen

Als het onbemande luchtvaartuig in de nabijheid van mensen opereert, moet de piloot het op een afstand houden die minimaal gelijk is aan de hoogte waarop het vliegt. Als het onbemande luchtvaartuig dus op 40 meter hoogte vliegt, moet de afstand tot een niet-betrokken persoon ten minste 40 meter zijn. Er gelden echter wel minimale afstanden. De afstand tot een niet betrokken persoon dient altijd groter te zijn dan:

  • 30 meter in elk ander geval (50 in het geval van een drone zonder Cx-label).

Samenvatting

Zie hoofdstuk 1.10 voor een korte samenvatting.

Maak een account om verder te lezen