Hoofdstuk 5

5.2 De vlucht uitvoeren

5.2.1 Een normale vlucht 

5.2.2 Een abnormale vlucht

Het kan voorkomen dat je als piloot te maken krijgt met een noodsituatie. Er kan bijvoorbeeld ander luchtverkeer of een groep vogels aankomen. Tijdens zo’n noodsituatie is het eerste advies altijd om het onbemande luchtvaartuig veilig te laten dalen om ongelukken te voorkomen.

  • Noteer de koers, hoogte, snelheid en de resterende accuspanning;

Resumen

Zie hoofdstuk 5.4 voor een korte samenvatting.

Crear una cuenta para seguir leyendo